Bbl Artikel 4.10
Uitzonderingen drijvend bouwwerk
Officiële tekst
[Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht.]
1 Op een drijvend bouwwerk zijn de paragrafen 4.4.2 en 4.5.4 tot en met 4.5.6 niet van toepassing. In plaats van de paragrafen 4.2.3, 4.2.4, 4.3.10, 4.5.2, 4.5.3 en 4.5.7 zijn de regels van hoofdstuk 3 van toepassing. Voor artikel 4.78, eerste lid, wordt artikel 3.59, eerste lid, gelezen.
2 In aanvulling op het eerste lid zijn op een drijvend bouwwerk zonder toegankelijkheidssector paragraaf 4.2.3, de artikelen 4.30 tot en met 4.32 en paragrafen 4.6.1 en 4.6.3 niet van toepassing.
3 Bij het bepalen van de afstand tot de perceelsgrens van een drijvend bouwwerk mag worden uitgegaan van een horizontaal gemeten afstand van 2,5 m vanuit de uitwendige scheidingsconstructie van het drijvende bouwwerk.
4 Bij toepassing van paragraaf 4.2.10 mag bij een drijvend bouwwerk voor het aansluitend terrein worden gelezen de steiger tussen het drijvende bouwwerk en de wal.
Wat betekent dit?
Planium leest het artikel samen met je eigen tekeningen en bestekken en geeft een concreet antwoord: wat er vereist is, wie verantwoordelijk is en wat je moet controleren.
Vraag Planium naar dit artikel